ECLI:NL:CRVB:2010:BM8214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB, maar uit onderzoek bleek dat zij gedurende de relevante perioden niet woonachtig was op het opgegeven adres, maar bij [R.] op een ander adres. Dit leidde tot intrekking en terugvordering van de bijstand door het College van burgemeester en wethouders van Veenendaal.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en bepaalde dat het College een nieuw besluit moest nemen, omdat het recht op bijstand niet geheel was vastgesteld. Het College nam daarop een nieuw besluit waarin het bezwaar opnieuw werd afgewezen, met als grond dat appellante een gezamenlijke huishouding voerde met [R.] en haar inlichtingenverplichting had geschonden.
De Raad bevestigt dat de feitelijke woonsituatie doorslaggevend is en dat de onderzoeksbevindingen, waaronder verklaringen en bankafschriften, voldoende grondslag bieden voor het standpunt van het College. Appellante had geen zelfstandige gronden tegen het besluit aangevoerd. De Raad verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.