ECLI:NL:CRVB:2010:BM8428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- B.M. van Dun
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na val bij bedrijfsongeval wegens niet geschonden zorgplicht minister
Appellante, werkzaam als beveiligingsbeambte bij de Koninklijke Landmacht, kwam op 8 september 2005 tijdens een patrouille ten val bij gebouw J op de Bernhardkazerne te Amersfoort, waarbij zij letsel opliep aan haar rechter elleboog en pols.
Zij vorderde schadevergoeding van de minister van Defensie, stellende dat de minister zijn zorgplicht had geschonden door onvoldoende maatregelen te treffen tegen de gevaarlijke oneffenheden in de klinkerbestrating en door het ontbreken van een trapleuning en een maglight zaklamp.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de minister voldoende had onderbouwd dat hij zijn zorgplicht niet had geschonden. De kleine oneffenheden in de bestrating waren inherent aan het materiaal en niet abnormaal gevaarlijk. De aanwezigheid van een trapleuning na het ongeval was geen bewijs van tekortschieten, aangezien die de val niet had kunnen voorkomen.
Ook het argument dat de patrouille zich niet had mogen splitsen werd verworpen, omdat dit de val niet had kunnen voorkomen. De Raad achtte het niet redelijk om extra maatregelen te eisen gezien de omstandigheden, de opleiding van appellante en het schoeisel dat zij droeg.
Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van schadevergoeding bevestigd.