ECLI:NL:CRVB:2010:BM8436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor laatstelijk verrichte arbeid
Betrokkene meldde zich ziek op 18 juni 2008 vanwege maag- en psychische klachten terwijl hij werkte als medewerker plantsoenendienst. Na medisch onderzoek door artsen en bezwaarverzekeringsarts werd geconcludeerd dat betrokkene per 12 januari 2009 geschikt was voor zijn laatstelijk verrichte arbeid. Het UWV weigerde daarop verdere ziekengelduitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond vanwege onvoldoende motivering en zorgvuldigheid in het besluit van het UWV. In hoger beroep stelt het UWV dat het rapport van de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig en inhoudelijk correct is, en verwijst naar een aanvullende toelichting.
De Raad oordeelt dat de omschrijving van het werk en de beoordeling van de beenklachten zorgvuldig zijn uitgevoerd. De klachten zijn pas tijdens de bezwaarprocedure naar voren gebracht en waren niet behandeld ten tijde van het besluit. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waarmee het besluit van het UWV standhoudt.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van ziekengeld wordt ongegrond verklaard omdat betrokkene geschikt is voor zijn laatstelijk verrichte arbeid.