ECLI:NL:CRVB:2010:BM8447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- M.C. Bruning
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Vernietiging disciplinaire straf wegens onevenredig plichtsverzuim ambtenaar
Appellant, werkzaam bij de gemeente Rotterdam, werd een disciplinaire straf opgelegd wegens ongeoorloofd verzuim op 6, 7, 8 en 21 november 2006. De straf bestond uit een vermindering van het salaris gedurende een jaar. De rechtbank oordeelde dat appellant op 6 november en tijdens de periode van 21 november tot 11 december 2006 niet ongeoorloofd afwezig was, maar wel op 7 en 8 november.
In hoger beroep stond alleen het plichtsverzuim op 7 en 8 november ter discussie. De Raad bevestigde dat appellant op die dagen plichtsverzuim pleegde, omdat hij niet was heengezonden en schriftelijk was opgeroepen om te werken. Echter, de Raad vond de opgelegde straf, gezien de ernst van het verzuim en het feit dat appellant zich persoonlijk afmeldde, onevenredig.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en droeg het college op een nieuwe beslissing te nemen. Tevens veroordeelde de Raad het college in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot salarisvermindering wegens ongeoorloofd verzuim wordt vernietigd en het college moet een nieuwe beslissing nemen.