ECLI:NL:CRVB:2010:BM8598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Geen ambtshalve heropening van WAZ-uitkering na detentie
Appellant, een zelfstandig detaillist, viel uit wegens post whiplash klachten en kreeg een WAZ-uitkering toegekend. Vanwege zijn detentie van november 2002 tot februari 2003 beëindigde het UWV de uitkering met ingang van december 2002. Appellant verzocht in november 2006 om heropening van de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond, omdat appellant op de hoogte was van de beëindiging en wist dat hij een aanvraag tot heropening moest indienen. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een bijzonder geval dat een eerdere heropening zou rechtvaardigen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet wist van de intrekking, dat het UWV ambtshalve had moeten heropenen, en dat zijn curator nalatig was. Ook stelde hij dat er sprake was van financiële hardheid. De Raad overwoog dat het UWV niet verplicht was ambtshalve te heropenen en dat de uitkering niet eerder kon worden heropend dan een jaar voor de aanvraag, tenzij sprake van een bijzonder geval.
De Raad zag geen aanwijzingen dat appellant niet wist van de beëindiging en vond dat er geen bijzonder geval was. Daarom bevestigde de Raad het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de WAZ-uitkering terecht heeft heropend met ingang van 30 november 2005 en wijst het hoger beroep af.