ECLI:NL:CRVB:2010:BM9163
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring beroep wegens ontbreken procesbelang bij beslaglegging WAO-uitkering
Appellant, wonende in België, had een WAO-uitkering waarop executoriaal derdenbeslag was gelegd door het UWV wegens alimentatieverplichtingen. Het UWV had de uitkering ingehouden en overgemaakt aan de deurwaarder. Appellant maakte bezwaar tegen het beslagbesluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank te vroeg had geoordeeld omdat er nog lopende juridische procedures waren over het echtscheidingsconvenant en de alimentatieverplichting, en dat de deurwaarder zich niet aan de regels had gehouden. De Raad overwoog dat procesbelang vereist is om een beroep ontvankelijk te verklaren, en dat dit ontbreekt indien het nagestreefde resultaat niet meer kan worden bereikt.
Aangezien het beslag per 1 november 2008 was opgeheven, was er geen procesbelang meer. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na opheffing van het beslag.