ECLI:NL:CRVB:2010:BM9277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering met arbeidsongeschiktheid van 45-55%
Appellant, die sinds 1994 een WAO-uitkering ontvangt wegens knie-, rug- en psychische klachten, betwistte de herziening van zijn uitkering waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 45 tot 55%.
De bezwaarverzekeringsartsen motiveerden in meerdere rapporten dat appellant duurzaam benutbare mogelijkheden heeft en dat volledige arbeidsongeschiktheid niet aan de orde is. Ook is geen medische indicatie voor een verdere urenbeperking dan reeds in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opgenomen.
Appellant voerde aan dat hij meer beperkt is en dat er sprake zou zijn van excessief ziekteverzuim, maar deze stellingen werden onvoldoende onderbouwd met medische gegevens. De Raad achtte het medisch onderzoek zorgvuldig en vond de bezwaren niet gegrond.
De Raad concludeerde dat de functies waarop het UWV de arbeidsongeschiktheid baseert passend zijn en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld op 45 tot 55%. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant arbeidsongeschikt is in de mate van 45 tot 55%, en verklaart het hoger beroep ongegrond.