ECLI:NL:CRVB:2010:BM9442

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-5557 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te laat betaald griffierecht ongegrond verklaard

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing door verzet aan te tekenen.

Tijdens de zitting van 29 april 2010 verscheen appellant persoonlijk, terwijl de Sociale verzekeringsbank niet aanwezig was. Appellant voerde aan dat het griffierecht te laat was betaald door miscommunicatie en zijn medische situatie, waaronder een zware hartoperatie en vergeetachtigheid, en dat hij noch zijn familie de brief met de betalingstermijn had aangenomen.

De Raad oordeelde dat de aangetekende brief niet was teruggezonden en dus op het adres van appellant was ontvangen. De medische situatie was onvoldoende onderbouwd. Daarom kon het verzuim niet aan appellant worden ontnomen en werd het verzet ongegrond verklaard. Het te laat betaalde griffierecht wordt terugbetaald en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens te laat betaald griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

09/5557 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 1 juli 2009, 08/5787 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)
Datum uitspraak: 10 juni 2010
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 9 februari 2010 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van 9 februari 2010 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting 29 april 2010, waar appellant in persoon is verschenen en de Svb - met voorafgaand bericht - niet is verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 9 februari 2010 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 23 november 2009 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Het griffierecht is op 13 januari 2010, en daarmee buiten de gestelde termijn, ontvangen.
In het verzetschrift heeft appellant aangevoerd dat het griffierecht door “miscommunicatie” te laat is betaald en dat hij door een zware hartoperatie en ernstige vergeetachtigheid niet alert heeft kunnen reageren. Verder heeft appellant betoogd dat noch hij zelf noch familie “heeft getekend voor aanname” van de brief van 23 november 2009.
Ter zitting heeft appellant nog verklaard dat zijn broer, die op hetzelfde adres als appellant woont, geen brieven voor hem aanneemt.
De Raad is van oordeel dat de door appellant geschetste feiten en omstandigheden niet leiden tot de conclusie dat het verzuim aan appellant niet kan worden tegengeworpen. De aangetekend verzonden brief van 23 november 2009 is niet door TNT Post aan de Raad teruggezonden. Daaruit moet worden afgeleid dat die brief op het adres van appellant in ontvangst is genomen. Appellant heeft verder, ook ter zitting, (de ernst van) zijn medische situatie niet onderbouwd.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Het - te laat - betaalde griffierecht (€ 110,--) zal door de griffier van de Raad aan appellant worden terugbetaald.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2010.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R. Groothuis.
AV