ECLI:NL:CRVB:2010:BM9496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 7 december 2007, waarin werd vastgesteld dat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de functionele mogelijkheden van appellante correct waren vastgesteld.
Appellante stelde in hoger beroep dat haar medische beperkingen waren onderschat, met name door toegenomen hartklachten en klachten aan heup, nek en rug, en dat zij het maatgevende werk niet kon verrichten vanwege de intensieve en stressvolle aard ervan. De Raad heeft deze stellingen onderzocht en geen nieuwe medische informatie gevonden die aanleiding geeft tot een andere beoordeling dan het UWV.
De Raad onderschrijft de conclusies van de rechtbank dat appellante geschikt is voor haar maatgevende arbeid als inkoper, dat de functie niet zeer intensief of stressvol is en dat zij haar werk in volle omvang kan verrichten. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.