ECLI:NL:CRVB:2010:BM9506

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-5126 WIA-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring verzet wegens onverschoonbare termijnoverschrijding hoger beroep WIA

Appellante heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep, maar het hogerberoepschrift werd niet tijdig ingediend. De Raad heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard vanwege deze termijnoverschrijding.

Appellante heeft vervolgens verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting van 29 april 2010 waren partijen niet aanwezig. De Raad heeft overwogen dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij gedurende de gehele termijn van zes weken door haar klachten niet in staat was het hogerberoepschrift tijdig in te dienen of te laten indienen.

De Raad ziet geen reden om van haar eerdere oordeel af te wijken en verklaart het verzet ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 10 juni 2010 door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier R. Groothuis.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens onverschoonbare overschrijding van de termijn voor het indienen van het hogerberoepschrift.

Uitspraak

09/5126 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 29 juli 2009, 09/236 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 10 juni 2010
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 23 december 2009 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van 23 december 2009 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 29 april 2010, waar partijen - appellante met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 23 december 2009 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend was
9 september 2009. Het hogerberoepschrift is op 10 september 2009 verzonden. Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
In het verzetschrift heeft appellante verwezen naar hetgeen zij eerder, namelijk bij brief van 8 oktober 2009, over de reden voor de termijnoverschrijding heeft aangevoerd. Daarover heeft de Raad in de uitspraak van 23 december 2009 overwogen dat niet aannemelijk is gemaakt dat appellante gedurende de gehele hogerberoepstermijn (van zes weken) ten gevolge van haar klachten buiten staat was om zelf een hogerberoepschrift in te dienen of dit door een ander te laten doen. De Raad ziet geen grond om - thans - tot een ander oordeel te komen.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2010.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R. Groothuis.
AV