ECLI:NL:CRVB:2010:BM9818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering en terugvordering ondanks beroep op redelijke termijn en vertrouwensbeginsel
Appellanten ontvingen bijstandsuitkering over de periode 1998-2005, maar maakten geen melding van onroerend goed in Turkije. Na onderzoek trok het College in 2008 de bijstand in en vorderde teveel betaalde bedragen terug. De rechtbank vernietigde het besluit en gaf het College opdracht opnieuw te beslissen.
In hoger beroep stond centraal of de besluitvorming van het College onzorgvuldig was vanwege de lange duur. De Raad oordeelde dat de redelijke termijn niet was overschreden, omdat de termijn pas startte bij het indienen van het bezwaarschrift. Ook werd het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen, omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan.
De Raad verwierp ook het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel en de stelling dat het vermogen niet gezamenlijk was. Het nieuwe besluit van het College, waarin de terugvordering werd aangepast, werd eveneens bevestigd. Verzoeken tot schadevergoeding en proceskosten werden afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering worden bevestigd, het beroep wordt ongegrond verklaard.