ECLI:NL:CRVB:2010:BM9946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over woonadres
Appellante ontving aanvankelijk een uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 en aanvullende bijstand vanaf december 2001. Het College van burgemeester en wethouders van Amstelveen stelde een onderzoek in naar haar woon- en leefsituatie, waarbij bleek dat appellante niet daadwerkelijk woonde op het door haar opgegeven adres. Dit werd onder meer bevestigd door verklaringen van buurtbewoners en een huisbezoek.
Het College trok daarop de bijstand over de periode van december 2001 tot april 2006 in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en ook in hoger beroep werd dit standpunt bevestigd. De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door onjuiste woongegevens te verstrekken, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad wees de nadere getuigenverklaringen van appellante af omdat deze onvoldoende duidelijkheid boden over haar daadwerkelijke verblijfplaats. Ook andere aangevoerde argumenten boden geen aanleiding tot herziening. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.