ECLI:NL:CRVB:2010:BN0236
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijzondere bijstand voor griffierechten na vernietiging afwijzing
Appellante diende op 31 augustus 2004 twee aanvragen in voor bijzondere bijstand voor eigen bijdragen rechtsbijstand en griffierechten ter hoogte van respectievelijk €1.140,-- en €702,--. Het College stelde deze aanvragen buiten behandeling wegens het ontbreken van aanvullende gegevens en wees ze later af omdat de kosten onvoldoende waren aangetoond.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het uitblijven van een besluit op bezwaar niet-ontvankelijk en wees het beroep verder ongegrond. In hoger beroep stelde appellante zich gemotiveerd op tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat het College niet kan eisen dat kosten eerst zijn voldaan voordat bijzondere bijstand wordt aangevraagd, omdat dit onredelijk is. De Raad achtte de griffierechten over juli en augustus 2004 tot een bedrag van €554,-- voldoende verantwoord en toekenningswaardig. Voor de overige kosten ontbrak voldoende bewijs van daadwerkelijke kosten.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het besluit van 27 mei 2005 voor zover het de afwijzing van de aanvragen betrof. De Raad bepaalde dat het College aan appellante €554,-- aan bijzondere bijstand toekent en veroordeelde het College in de proceskosten van appellante, begroot op €1.288,--. Tevens werd het betaalde griffierecht van €143,-- vergoed.
Uitkomst: Het College wordt verplicht bijzondere bijstand van €554,-- toe te kennen en in proceskosten te vergoeden.