ECLI:NL:CRVB:2010:BN0246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde volledige arbeidsongeschiktheid werknemer door UWV
Appellante, een werkgever, stelde in hoger beroep dat het UWV ten onrechte de werknemer als volledig arbeidsongeschikt had aangemerkt voor het premiejaar 2000. Het geschil betreft de rechtmatigheid van de WAO-uitkering die de werknemer ontvangt sinds 1998. De rechtbank had eerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat het medisch oordeel van de verzekeringsarts uit 1998 voldoende was onderbouwd en dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
Appellante voerde aan dat het oordeel van de huisarts niet leidend mocht zijn en dat de verzekeringsarts een eigen medisch onderzoek had moeten instellen. Tevens wees zij op eerdere rapporten van een verzekeringsarts en een psychiater die volgens haar aantoonden dat de werknemer nog geschikt was voor passende arbeid. De Raad overwoog dat de verzekeringsarts, mede op basis van een indringend verzoek van de huisarts die de crisissituatie van de werknemer kende, het niet verantwoord achtte een eigen onderzoek te verrichten.
De Raad achtte de medische gegevens en het oordeel van de verzekeringsarts toereikend en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen aanwijzingen dat de volledige arbeidsongeschiktheid onjuist was vastgesteld. De Raad concludeerde dat het UWV op goede gronden de werknemer als volledig arbeidsongeschikt heeft aangemerkt en verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard en de werknemer blijft ongewijzigd volledig arbeidsongeschikt.