ECLI:NL:CRVB:2010:BN0616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na beoordeling geschiktheid eigen werk
Appellant was werkzaam als algemeen medewerker aquarium- en vijverbenodigdheden en viel per 28 oktober 2006 uit voor zijn arbeid. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige is vastgesteld dat appellant zijn eigen werk weer kan verrichten. Het UWV besloot daarom het recht op ziekengeld te beëindigen per 26 maart 2008. Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat het UWV een onjuiste functieomschrijving hanteerde en dat zijn beperkingen werden onderschat.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit op procedurele gronden maar handhaafde de rechtsgevolgen. De Raad stelde vast dat het UWV terecht was uitgegaan van de functieomschrijving van arbeidsdeskundige Wouters en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook informatie van behandelende specialisten was betrokken. De Raad vond de door appellant ingebrachte functieomschrijving niet aannemelijk en merkte op dat appellant niet eerder melding had gemaakt van de zwaardere belasting.
De Raad concludeerde dat appellant op en na 26 maart 2008 in staat was zijn eigen werk te verrichten en dat het recht op ziekengeld terecht was beëindigd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld is terecht beëindigd omdat appellant geschikt is voor zijn eigen werk.