ECLI:NL:CRVB:2010:BN0624
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bijzondere bijstand voor woninginrichting na verhuizing
Appellant, die sinds 1999 bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor de inrichting van een nieuw toegewezen eengezinswoning na het aflossen van een huurachterstand. Het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven wees dit verzoek af, stellende dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de kosten noodzakelijk maakten en dat appellant had kunnen reserveren voor de verhuizing.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat de kosten van woninginrichting in principe tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en dat afzonderlijke bijstand alleen mogelijk is bij bijzondere omstandigheden die het onmogelijk maken deze kosten uit de bijstandsnorm of reserveringen te voldoen.
De Raad stelde vast dat appellant al jarenlang ontevreden was over zijn woonsituatie en de verhuizing voorzienbaar was, waardoor hij tijd had om te reserveren. Schulden werden niet als bijzondere omstandigheid erkend. Ook als de verhuizing noodzakelijk was, leidde dit niet tot bijzondere omstandigheden die bijzondere bijstand rechtvaardigen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt afgewezen omdat de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.