ECLI:NL:CRVB:2010:BN0705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.N.A. Bootsma
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding met kleinzoon
Appellante ontving een AOW-pensioen op basis van de ongehuwdennorm. Na onderzoek bleek dat zij met haar kleinzoon samenwoonde, wat leidde tot een herziening van haar pensioen naar de gehuwdennorm vanaf 1 februari 2007. Appellante voerde aan dat er geen sprake was van een gezamenlijke huishouding, maar de Raad stelde vast dat zowel het hoofdverblijf als de wederzijdse zorg tussen appellante en haar kleinzoon objectief waren vastgesteld.
De Raad baseerde zich op formulieren ingevuld door appellante, telefonische verklaringen van familieleden en de inschrijving op hetzelfde adres. Hoewel de kleinzoon verklaarde slechts drie nachten per week te verblijven, was niet duidelijk waar hij de overige nachten doorbracht, waardoor dit argument niet doorslaggevend was.
De Raad oordeelde dat de wederzijdse zorg voldoende was aangetoond, onder meer door gezamenlijke huishoudelijke taken en verzorging. Er waren geen dringende redenen om af te zien van herziening. De rechtbank had het bezwaar van appellante tegen de herziening reeds ongegrond verklaard, en de Raad bevestigde deze uitspraak zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De herziening van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm wordt bevestigd wegens gezamenlijke huishouding met kleinzoon.