ECLI:NL:CRVB:2010:BN0708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.N.A. Bootsma
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving van 2003 tot 2007 bijstand als alleenstaande ouder. Na melding dat zij met haar ex-partner samenwoonde, stelde de Sociale Recherche een onderzoek in. Het College trok de bijstand in en vorderde kosten terug wegens onjuiste opgave van de gezinssituatie.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het intrekkingsbesluit ongegrond en het beroep tegen een eerder besluit niet-ontvankelijk. Appellanten gingen in hoger beroep tegen het ongegrond verklaren van het beroep.
De Raad bevestigt dat appellanten gedurende de perioden hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden, wat een gezamenlijke huishouding betekent. Door dit niet op te geven, schond appellante de wettelijke inlichtingenplicht, waardoor het College terecht de bijstand introk en terugvorderde.
De Raad vernietigt echter het oordeel van de rechtbank dat het College niet in de proceskosten van appellanten werd veroordeeld en veroordeelt het College tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De overige onderdelen van de uitspraak worden bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd en het College wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.