ECLI:NL:CRVB:2010:BN0954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WIA-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing duurzaamheid arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als conciërge/schoonmaker, viel uit wegens diverse klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV wees dit af omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, waarna het UWV een nieuw besluit nam waarbij een WGA-uitkering werd toegekend.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en recht heeft op een IVA-uitkering. De Raad beoordeelde de medische en arbeidskundige rapportages en concludeerde dat het UWV onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van een stabiel ziektebeeld met behandelmogelijkheden die herstel mogelijk maken.
De Raad oordeelde dat het enkele feit van behandeling geen redelijke verwachting van verbetering rechtvaardigt zonder concrete onderbouwing. Daarom werd het besluit van het UWV vernietigd en werd het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen, met inachtneming van de uitspraak en een uitspraak over wettelijke rente. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van de uitspraak.