ECLI:NL:CRVB:2010:BN1264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens overschrijding beroepstermijn bij herziening WW-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen een herzieningsbesluit van het UWV waarbij een bedrag van €19.763,55 werd teruggevorderd op grond van de Werkloosheidswet. Na verschillende besluiten omtrent bezwaar en schorsing van invordering, stelde appellant beroep in tegen het besluit waarbij het bezwaar tegen de schorsing werd gegrond verklaard (besluit I). Pas later, tijdens de zitting bij de rechtbank, gaf appellant aan dat het beroep eigenlijk gericht was tegen het andere besluit (besluit II) waarin het bezwaar tegen de herziening ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroep niet tijdig was ingesteld tegen besluit II. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat het beroep binnen de beroepstermijn duidelijk moet zijn gericht tegen het juiste besluit. Omdat appellant pas na het verstrijken van de beroepstermijn kenbaar maakte dat het beroep tegen een ander besluit was gericht dan het bij het beroepschrift gevoegde besluit, is het beroep tegen dat andere besluit te laat ingediend.
De Raad wijst het argument van appellant dat de nauwe samenhang tussen de besluiten tot een ander oordeel zou moeten leiden af. Ook is geen sprake van verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn. De Raad bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring en veroordeelt het UWV niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.