ECLI:NL:CRVB:2010:BN1266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende bijstand na melding bij CWI
Appellante heeft zich op 2 december 2002 gemeld bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) voor bijstand nadat haar ex-echtgenoot vanaf 22 augustus 2002 geen alimentatie meer betaalde. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam kende bijstand toe met ingang van 2 december 2002, maar weigerde terugwerkende kracht toe te passen.
Appellante maakte bezwaar tegen de ingangsdatum, stellende dat zij onterecht dacht dat haar ex-echtgenoot verplicht was alimentatie te betalen en dat sprake was van een verschoonbare dwaling. De Raad oordeelt dat appellante door haar gemachtigde was geïnformeerd over de ontbinding van het huwelijk en dat zij ruim drie maanden wachtte met het aanvragen van bijstand nadat de alimentatie stopte.
De Raad volgt het oordeel van de rechtbank en het College dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen over de periode vóór 2 december 2002. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd; geen terugwerkende bijstand toegekend.