ECLI:NL:CRVB:2010:BN1277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante, die sinds 1996 een WAO-uitkering ontving wegens arbeidsongeschiktheid, werd in 2005 herbeoordeeld en door het UWV als in staat tot arbeid beschouwd, waarna haar uitkering werd ingetrokken. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar lichamelijke en psychische beperkingen zodanig waren dat zij niet tot arbeid in staat was.
De Raad liet een onafhankelijke psychiater onderzoek verrichten, die concludeerde dat appellante op de datum van het besluit niet in staat was tot de geselecteerde werkzaamheden vanwege diverse psychiatrische stoornissen en fysieke beperkingen. De Raad volgde dit oordeel en oordeelde dat het bestreden besluit niet op een deugdelijke medische grondslag berust.
Hierdoor vernietigde de Raad de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten, bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.