ECLI:NL:CRVB:2010:BN1652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verlaging en terugvordering WAO- en Waz-uitkeringen met vergoeding redelijke termijn
Appellant voerde hoger beroep tegen besluiten van het UWV betreffende de verlaging en terugvordering van zijn WAO- en Waz-uitkeringen over de jaren 1998 tot en met 2001. De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 44 van Pro de WAO over het jaar 2000 en de beëindiging van de Waz-uitkering per 1 januari 2001.
De Raad oordeelde dat het UWV ten onrechte het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering per 1 januari 2001 handhaafde en vernietigde dit onderdeel. De toepassing van artikel 44 WAO Pro over 2000 was volgens de Raad rechtmatig, omdat appellant als zelfstandige meer arbeidsinkomsten had dan evenredig aan zijn arbeidsongeschiktheid. De beëindiging van de Waz-uitkering was eveneens correct toegepast.
Verder werd de vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro vastgesteld op in totaal €4.780,00. De Raad bevestigde de overige aangevallen uitspraken en bepaalde dat het UWV aan appellant proceskosten en griffierecht vergoedt. De gevraagde aanvullende schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering per 1 januari 2001 wordt vernietigd, overige besluiten bevestigd en een vergoeding wegens overschrijding redelijke termijn toegekend.