ECLI:NL:CRVB:2010:BN1655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt terugvordering toeslag op grond van Toeslagenwet
Appellante ontving vanaf 2000 een toeslag op haar WAO-uitkering. Bij een besluit van 7 december 2006 werd haar meegedeeld dat zij in totaal € 25.486,06 bruto ten onrechte had ontvangen en dit bedrag moest terugbetalen. De rechtbank verklaarde haar beroep tegen dit besluit ongegrond, omdat de Toeslagenwet het principe hanteert dat terugvordering altijd plaatsvindt, tenzij er dringende redenen zijn om daarvan af te zien.
In hoger beroep stelde appellante dat zij mocht vertrouwen op de juistheid van de nabetalingen en dat zij telefonisch door het UWV was verzekerd dat de betalingen correct waren. Zij overhandigde een psychologisch verslag en een brief van een vriendin ter ondersteuning van haar standpunt. De Raad oordeelde echter dat appellante geen rechten kon ontlenen aan de inkomensoverzichten, omdat zij ruim twee keer de juiste toeslag ontving en daardoor had moeten begrijpen dat het bedrag niet klopte.
De Raad vond het beroep op het vertrouwensbeginsel onvoldoende onderbouwd en volgde de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts dat er geen dringende medische redenen waren om van terugvordering af te zien. Het beroep op een arrest van de Hoge Raad werd eveneens verworpen. De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante en bepaalde dat zij niet meer dan € 24.486,06 hoefde terug te betalen na verrekening van een interne WW-premie.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellante moet de ten onrechte ontvangen toeslag terugbetalen.