ECLI:NL:CRVB:2010:BN1743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 4 augustus 1999 in te trekken. De rechtbank heeft geoordeeld dat dit besluit in rechte onaantastbaar is geworden en dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op dit besluit, omdat appellante geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd.
In hoger beroep heeft appellante betoogd dat zij niet op de hoogte was van het intrekkingsbesluit en dat de klachten die zij had pas na de intrekking werden gediagnosticeerd als het syndroom SLE, wat volgens haar een nieuw feit zou zijn. De Raad overweegt dat de klachten reeds bekend waren ten tijde van het oorspronkelijke besluit en dat een latere diagnose van deze klachten niet als een nieuw feit kan worden beschouwd.
De Raad wijst erop dat een andere inschatting van de ernst van de beperkingen, zoals blijkt uit de latere diagnose, niet leidt tot heropening van het besluit. Het hoger beroep van appellante wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering per 4 augustus 1999 blijft gehandhaafd.