ECLI:NL:CRVB:2010:BN2172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen vanaf 2002 bijstand naast een WAO-uitkering. Na een onderzoek door de Sociale Recherche bleek dat appellant tussen 2004 en 2006 regelmatig werkzaamheden verrichtte in een pizzeria, zonder dit aan het College te melden. Het College herzag daarop de bijstand en vorderde het teveel betaalde bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant daadwerkelijk werkzaamheden verrichtte, zoals ook bleek uit een ondertekende verklaring en observaties. De Raad verwierp het verweer dat appellant onder druk stond bij het afleggen van de verklaring en oordeelde dat het College terecht uitging van een fictief inkomen op basis van het minimumloon voor drie uur per dag, zes dagen per week.
Gezien het ontbreken van melding van deze werkzaamheden aan het College, handelden appellanten in strijd met hun inlichtingenverplichting. De Raad vond dat het College bevoegd was de bijstand te herzien en het teveel betaalde bedrag terug te vorderen. Ook de opgelegde maatregel was volgens de Raad rechtmatig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand bevestigd.