ECLI:NL:CRVB:2010:BN2337
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening vanwege ontbreken nieuwe feiten in zaak Bersiap-periode
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak waarin haar verzoek om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer in de Bersiap-periode werd afgewezen. De Raad had geoordeeld dat onvoldoende bewijs was geleverd voor haar directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld, mede omdat de getuigenverklaring van haar oom niet op eigen waarneming berustte.
In het herzieningsverzoek stelt verzoekster dat zij niet kon weten dat de verklaring van haar oom niet als voldoende bewijs zou worden geaccepteerd, wat zij aanvoert als nieuw feit. De Raad overweegt echter dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren of om de juistheid van de eerdere uitspraak aan te vechten.
De Raad concludeert dat het verzoek uitsluitend is gericht op het opnieuw bespreken van de aannemelijkheid van de betrokkenheid van verzoekster, zonder dat nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die aan de criteria van artikel 8:88 van Pro de Awb voldoen. Daarom wordt het verzoek om herziening afgewezen.
Ten slotte oordeelt de Raad dat geen aanleiding bestaat voor een vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door G.L.M.J. Stevens, in aanwezigheid van griffier I. Mos, op 8 juli 2010.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.