ECLI:NL:CRVB:2010:BN2375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant ontving een WAO-uitkering die door het UWV per 20 februari 2008 werd ingetrokken vanwege onvoldoende grondslag voor arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond, omdat er geen aanwijzingen waren voor een urenbeperking en de geselecteerde functies medisch passend werden geacht.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij nog steeds psychische klachten had die zijn energieverlies veroorzaakten, waardoor hij niet fulltime kon werken. Hij overlegde medische documenten van verschillende jaren, waaronder brieven van psychotherapeuten en het RIAGG. De Raad oordeelde echter dat deze gegevens geen twijfel deden rijzen over de door het UWV vastgestelde belastbaarheid op de peildatum 20 februari 2008.
De Raad benadrukte dat het lijden aan een psychische ziekte niet automatisch betekent dat men minder uren kan werken. Ook concludeerde de Raad dat de medische gegevens die appellant overlegde betrekking hadden op andere jaren dan de relevante peildatum en dat er geen nieuwe gezichtspunten waren die het eerdere oordeel konden wijzigen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.