ECLI:NL:CRVB:2010:BN2453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.F. Bandringa
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep loonsuppletie niet meegenomen in dagloon WIA-uitkering
Appellante was werkzaam bij Achmea en trad per 1 juni 2005 in dienst bij een andere werkgever met een lager salaris. Zij ontving daarom een loonsuppletie van Achmea gedurende 18 maanden. Na arbeidsongeschiktheid werd haar een WIA-uitkering toegekend, waarbij het dagloon werd vastgesteld zonder de loonsuppletie mee te nemen.
Het UWV verklaarde bezwaar gegrond voor een eindejaarsuitkering, maar handhaafde het besluit om de loonsuppletie niet mee te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde met het argument dat zij telefonisch van het UWV had vernomen dat de loonsuppletie zou worden meegenomen, en dat het vertrouwensbeginsel dus van toepassing zou zijn.
De Raad oordeelde dat de loonsuppletie op grond van regelgeving niet kan worden meegenomen bij het dagloon. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de telefonisch verstrekte informatie onvoldoende concreet en ondubbelzinnig was en niet voldeed aan de strenge eisen die de rechtspraak stelt. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de loonsuppletie niet wordt meegenomen in het dagloon en wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af.