ECLI:NL:RBDOR:2011:BR5732
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten terugvordering WW-uitkering wegens onjuiste intrekking
Eiser maakte bezwaar tegen twee besluiten van het UWV: een brief van 28 juni 2010 waarin het UWV stelde dat een eerdere brief van 28 april 2010 ten onrechte was verstuurd, en een brief van 29 juli 2010 waarin een bedrag aan terugvordering werd opgelegd. De rechtbank oordeelde dat de brief van 28 juni 2010 wel als een intrekking van het besluit van 28 april 2010 moet worden gezien, waardoor het bezwaar tegen deze brief ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard. Dit bezwaar is daarom gegrond en het besluit vernietigd.
Het bezwaar tegen de brief van 29 juli 2010 werd ten onrechte ontvankelijk verklaard omdat deze brief niet op rechtsgevolg was gericht en de terugvordering al herleefde. Dit bezwaar is niet-ontvankelijk en het besluit wordt eveneens vernietigd. De rechtbank stelde vast dat het UWV bevoegd was de fout in de terugvordering te herstellen en dat het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel niet werden geschonden. Eiser werd in de proceskosten en griffierechten veroordeeld.
De uitspraak vervangt de vernietigde besluiten en bevestigt de terugvordering van het voorschot op grond van de Werkloosheidswet, ondanks eerdere fouten in communicatie door het UWV.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en verklaart het bezwaar tegen de intrekking ontvankelijk en ongegrond, en het bezwaar tegen de terugvordering niet-ontvankelijk.