ECLI:NL:CRVB:2010:BN2465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgevolgen en tijdigheid re-integratievisie door UWV
Betrokkene was werkloos en ontving een WW-uitkering van het UWV. Na verzoek van betrokkene stelde het UWV op 29 januari 2007 een re-integratievisie vast, waarin afspraken en verplichtingen voor betrokkene werden opgenomen. Betrokkene maakte bezwaar tegen de re-integratievisie omdat deze te laat zou zijn vastgesteld en eiste schadevergoeding wegens gemiste inkomsten.
De rechtbank oordeelde dat de re-integratievisie geen besluit in de zin van de Awb was en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Zowel betrokkene als het UWV gingen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de re-integratievisie wel een besluit is met zelfstandig rechtsgevolg, omdat daarin verplichtingen concreet worden uitgewerkt.
De Raad oordeelde dat het UWV de re-integratievisie niet te laat had vastgesteld omdat betrokkene pas in januari 2007 om een re-integratiecoach had gevraagd. Het bezwaar was daarom terecht ontvankelijk en het besluit van het UWV om het bezwaar ongegrond te verklaren werd bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan causaliteit en tijdigheid.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en handhaafde de rechtsgevolgen van het UWV-besluit. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan betrokkene werd vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de re-integratievisie een besluit is en dat het UWV deze tijdig heeft vastgesteld, waardoor het bezwaar gegrond is maar het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.