ECLI:NL:CRVB:2010:BN2469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting door werkzaamheden in hondenkennel
Appellanten ontvingen vanaf 8 april 2003 tot 1 december 2006 bijstand van de gemeente Marum. Naar aanleiding van een anonieme melding dat appellanten puppies te koop aanboden, werd onderzoek verricht. Dit leidde tot het besluit van 13 april 2007 om de bijstand met terugwerkende kracht vanaf 8 april 2003 in te trekken en de kosten van bijstand terug te vorderen.
De Raad stelt vast dat appellanten intensief betrokken waren bij de commerciële hondenkennel van een familielid, waarbij zij werkzaamheden verrichtten zoals voeren, verzorgen en helpen bij hondenshows. Hoewel appellanten stelden geen beloning te hebben ontvangen, erkenden zij tijdens verhoor dat zij betaling in natura ontvingen, zoals kleding, boodschappen en een pc.
Appellanten betwistten de schending van de inlichtingenverplichting, maar de Raad oordeelde dat zij het College niet volledig hebben geïnformeerd over hun werkzaamheden en ontvangen beloning. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of zij recht hadden op bijstand. Appellanten hebben onvoldoende bewijs geleverd dat zij recht hadden op bijstand gedurende de periode.
De Raad concludeert dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken op grond van artikel 54, derde lid, WWB. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering vanaf 8 april 2003 wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.