ECLI:NL:CRVB:2010:BN2484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellante ontving sinds 1996 bijstand en werd in 2007 onderzocht naar aanleiding van een anonieme tip dat een andere man bij haar zou inwonen. Na diverse observaties en een onaangekondigd huisbezoek waarbij appellante slechts gedeeltelijk meewerkte, besloot het College de bijstand per 1 mei 2007 in te trekken en de kosten terug te vorderen.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onduidelijkheid over de terugvordering en de periode van intrekking, en beval een nieuwe beslissing. Het College trok daarop het recht op bijstand in vanaf 11 mei 2007 en vorderde €586,51 terug over die periode.
De Centrale Raad oordeelt dat er een redelijke grond bestond voor het huisbezoek en het verzoek om volledige medewerking, gelet op concrete feiten zoals observaties, bankafschriften en registratiegegevens. De weigering van appellante tot volledige medewerking was niet gerechtvaardigd, ook niet door haar medische argumenten.
Daarom was het College bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het beroep tegen het besluit van 19 juni 2008 wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het College is bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen wegens weigering medewerking huisbezoek.