ECLI:NL:CRVB:2010:BN2516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens onvoldoende arbeidsinschakeling
Appellant ontvangt sinds 1997 een bijstandsuitkering en werd door het College van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel geconfronteerd met een verlaging van zijn uitkering wegens onvoldoende arbeidsinschakeling. Dit volgde op een sollicitatiegesprek op 5 februari 2007 waarbij appellant zich zodanig opstelde dat het re-integratiebureau Vak en Werk Rijnmond afzag van het aanbieden van een arbeidsovereenkomst.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de verlaging ongegrond. In hoger beroep heeft appellant zich gemotiveerd verzet tegen deze uitspraak. De Raad toetste of appellant zijn verplichtingen uit hoofde van de Wet werk en bijstand (WWB) had nageleefd en of het College terecht de bijstand had verlaagd.
De Raad oordeelde dat appellant zijn verplichtingen onvoldoende is nagekomen door tijdens het sollicitatiegesprek nadruk te leggen op knieklachten en beperkte beschikbaarheid, wat niet strookte met het individuele trajectplan. Het College mocht daarom de bijstand met 100% verlagen voor de duur van een maand. Er waren geen dringende redenen om hiervan af te wijken. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 100% voor één maand wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsinschakeling.