ECLI:NL:CRVB:2010:BN2558

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-5672 AOW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep AOW

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een AOW-zaken. De Raad heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellante heeft hiertegen verzet aangetekend, stellende dat het griffierecht vanuit Nederland was overgemaakt, maar zij heeft dit niet met bewijsstukken onderbouwd.

Tijdens de zitting ter behandeling van het verzet zijn partijen niet verschenen. De Raad overweegt dat het griffierecht niet is betaald en dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet in verzuim was. Daarom wordt het verzet ongegrond verklaard. De Raad ziet geen aanleiding om appellante te veroordelen in de kosten van het verzet.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 juli 2010. De beslissing bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep wegens niet-naleving van de griffierechtverplichting.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

09/5672 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante], wonende te Marokko, (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 september 2009, 08/4415 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)
Datum uitspraak: 22 juli 2010
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 10 februari 2010 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van 10 februari 2010 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 10 juni 2010, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 10 februari 2010 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de daartoe overeenkomstig de wettelijke voorschriften aan appellante gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald.
In haar verzetschrift heeft appellante verklaard dat het griffierecht vanuit Nederland is overgemaakt. Appellante heeft dit echter niet met stukken onderbouwd.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2010.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R. Groothuis.
JvS