ECLI:NL:CRVB:2010:BN2699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand vanaf augustus 2006 en werd onderzocht nadat hij informatie vroeg over het starten van een eigen bedrijf. Uit onderzoek bleek dat appellant als zelfstandige stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en advertenties plaatste voor werkzaamheden en verhuur van kamers. De Regionale Sociale Dienst (RSD) verzocht appellant om diverse gegevens, maar hij leverde onvoldoende informatie aan.
Het College van burgemeester en wethouders trok de bijstand in en vorderde de kosten terug omdat appellant niet had voldaan aan de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het besluit onbevoegd was genomen en dat hij geen inkomsten had genoten uit zelfstandige activiteiten.
De Raad oordeelde dat het besluit bevoegd was genomen door de directeur van de RSD. De Raad bevestigde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door niet te melden dat hij als zelfstandige stond ingeschreven en adverteerde. Appellant leverde onvoldoende bewijs om recht op bijstand aannemelijk te maken. De intrekking en terugvordering waren daarom terecht. De Raad wees ook het verzoek tot vergoeding van kosten af en bevestigde het oordeel van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting worden bevestigd.