ECLI:NL:CRVB:2010:BN2759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellant, die sinds 1992 een WAO-uitkering ontvangt, kreeg deze in 2008 herzien van 25-35% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 55-65%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het besluit gebaseerd was op degelijke medische en arbeidsdeskundige rapportages.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de beperkingen door de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende waren onderbouwd, met name vanwege nekhernia en enkelklachten die meer beperkingen zouden veroorzaken. Tevens stelde hij niet in staat te zijn de functies van kassamedewerker, uitleenmedewerker en voedingsassistent te verrichten.
De Raad overwoog dat appellant geen nieuwe medische onderbouwing had gegeven en onderschreef de eerdere overwegingen. De bezwaararbeidsdeskundige had adequaat gemotiveerd waarom de gehoorproblematiek en andere klachten geen belemmering vormden voor de genoemde functies. Ook werd gewezen op mogelijkheden tot aanpassing en doorverwijzing bij conflicten.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 juli 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering op 55 tot 65% arbeidsongeschiktheid en verklaart het beroep ongegrond.