ECLI:NL:CRVB:2010:BN2780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld aan mobiele surveillant met knieklachten
Appellant ontving sinds 2001 een WAO-uitkering vanwege knieklachten en andere beperkingen. Na een verkeersongeval in 2006 met whiplashklachten bleef zijn arbeidsongeschiktheid in 2007 ongewijzigd. Van december 2006 tot oktober 2007 werkte appellant als mobiele surveillant beveiliging, waarna hij zich ziek meldde.
Een verzekeringsarts stelde in februari 2008 vast dat appellant geschikt was voor zijn functie en soortgelijke werkzaamheden. Op basis hiervan werd per 4 februari 2008 het ziekengeld stopgezet. Bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard door het Uwv en later door de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad acht de functie fysiek licht van aard en concludeert, mede op basis van rapporten van bezwaarverzekeringsarts Heijltjes, dat de knieklachten geen belemmering vormen. Appellants stelling dat hij niet kan autorijden is niet medisch onderbouwd. Nieuwe medische stukken in hoger beroep bieden geen aanleiding tot een ander oordeel.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld aan appellant wegens geschiktheid voor zijn functie ondanks knieklachten.