ECLI:NL:CRVB:2010:BN2800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Vaststelling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor functies per 21 september 2006
Betrokkene ontving sinds 15 juli 2003 een WAO-uitkering wegens psychische klachten, overgewicht, verminderde kracht en hartklachten. Op 21 juli 2006 trok appellant de uitkering in met ingang van 21 september 2006. Betrokkene maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit.
Appellant stelde hoger beroep in en voegde medische rapporten toe van bezwaarverzekeringsarts Hebly. De Raad schakelde internist Teunen in als deskundige, die zijn eerdere conclusies nuanceerde en zich kon verenigen met de rapporten van de bezwaarverzekeringsarts. De Raad overwoog dat de rechtbank onvoldoende concreet had onderbouwd waarom betrokkene meer beperkt zou zijn dan in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) was vastgesteld.
De Raad concludeerde dat betrokkene per 21 september 2006 geschikt was voor de voor haar voorgehouden functies, waaronder administratief medewerker en productiemedewerker, en dat het bestreden besluit een adequate grondslag had. Het beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Raad vond geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 juli 2010.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt bevestigd.