ECLI:NL:CRVB:2010:BN3505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- M.C. Bruning
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afkoopsom en redelijke termijn bij overgang Uwv-medewerker naar Belastingdienst
Appellant, een voormalig Uwv-medewerker, maakte bezwaar tegen de berekening van een afkoopsom bij zijn overgang naar de Belastingdienst. Hij stelde dat de minister ten onrechte rekening hield met de in 2006 afgesloten CAO's en dat het privégebruik van zijn leaseauto niet werd gecompenseerd. De rechtbank verklaarde het bezwaar deels gegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak.
De Raad stelt vast dat de minister terecht de CAO's van 2006 heeft betrokken bij de berekening, omdat deze bepalingen terugwerkende kracht hadden tot 1 januari 2006, de datum van overgang. Daarnaast oordeelt de Raad dat het convenant waarin de afkoopsom is geregeld, limitatief is en het privégebruik van de leaseauto niet als salarisbestanddeel wordt meegenomen. De Raad wijst het bezwaar van appellant op dit punt af.
Verder is vastgesteld dat appellant geen bezwaar heeft gemaakt tegen het hanteren van een bijzonder tarief van 42% over vakantietoeslag en eindejaarsuitkering, zodat hierover niet kan worden beslist. Ten aanzien van het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, oordeelt de Raad dat de verlenging gerechtvaardigd was vanwege de complexiteit en het aantal betrokken partijen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond, vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover deze onjuist besliste over het bezwaar tegen het besluit van 23 januari 2006, en bepaalt dat de minister het betaalde griffierecht vergoedt.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.