ECLI:NL:CRVB:2010:BN3561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 16 oktober 2007 in te trekken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het besluit op juiste medische en arbeidskundige gronden was gebaseerd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen dat hij meer beperkt zou zijn dan aangenomen en dat de functies waarop zijn arbeidsongeschiktheid is gebaseerd niet passend zijn. Hij stelde dat het medische rapport onzorgvuldig tot stand was gekomen omdat geen medische gegevens van de behandelende sector waren opgevraagd.
De Raad voor de Rechtspraak onderschreef echter de overwegingen van de rechtbank volledig. De bezwaararbeidsdeskundige had op inzichtelijke wijze toegelicht dat de belastingen van de functies niet de mogelijkheden van appellant overschrijden. Bovendien bracht appellant geen aanvullende informatie van een neuroloog in om zijn klachten te onderbouwen.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.