ECLI:NL:CRVB:2010:BN3806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening intrekking AAW-uitkering uit 1993
Appellant verzocht in 2008 om herziening van het besluit uit 1993 waarbij zijn AAW-uitkering werd ingetrokken. Het UWV onderzocht dit verzoek en concludeerde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven tot herziening. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde dit oordeel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het oorspronkelijke besluit uit 1993 onherroepelijk is geworden en dat het verzoek van appellant feitelijk neerkomt op een verzoek om terug te komen op dat besluit. Dit is slechts mogelijk indien nieuwe feiten of omstandigheden zich voordoen, wat hier niet het geval is. De psychologische rapportages van Boonstra werpen geen nieuw licht op de medische grondslag van de intrekking.
Het beroep op bijzondere gevallen en financiële hardheid valt buiten de toetsingskaders van artikel 4:6 Awb Pro. Bovendien kan het psychiatrisch verslag uit 2009 niet worden betrokken omdat het niet bekend was ten tijde van het bestreden besluit. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de intrekking van de AAW-uitkering wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.