ECLI:NL:CRVB:2010:BN4511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO- en WAZ-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, een voormalig zelfstandig timmerman met een beenbreuk sinds 1987, ontving uitkeringen op grond van de WAO en WAZ. Na een herbeoordeling per 2006 en 2007 heeft het UWV de uitkeringen ingetrokken omdat appellant niet langer als arbeidsongeschikt werd beschouwd.
Appellant voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat zijn medische beperkingen waren onderschat en dat er sprake moest zijn van een urenbeperking op energetische gronden. Tevens stelde hij dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld en dat correctie hiervan in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld, mede op basis van een rapport van een bezwaarverzekeringsarts waarin werd geconcludeerd dat geen urenrestrictie nodig was. De functies die ten grondslag lagen aan de schattingen werden als medisch passend beschouwd. De vaststelling van het maatmaninkomen was volgens de Raad correct en in lijn met vaste rechtspraak, waarbij het inkomen werd vastgesteld op het wettelijk minimumloon.
De Raad verwierp het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel omdat het UWV gerechtigd is om fouten in het verleden te herstellen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO- en WAZ-uitkeringen en verklaart het hoger beroep ongegrond.