ECLI:NL:CRVB:2010:BN4517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na medisch onderzoek
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat het onderzoek van de door de rechtbank benoemde psychiater voortijdig werd beëindigd wegens gebrek aan medewerking van appellant, maar de medische en arbeidskundige onderbouwing voldoende werd geacht.
In hoger beroep stelde appellant dat hij onvoldoende op zijn gemak was gesteld door de psychiater en dat het UWV ten onrechte meer waarde hechtte aan de bevindingen van een door het UWV ingeschakelde psychiater dan aan zijn eigen behandelend psychiater. De Raad overwoog dat appellant de medewerkingsplicht volgens artikel 8:30 Awb Pro niet was nagekomen en dat de twijfel aan de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts niet in zijn voordeel mocht worden uitgelegd.
De Raad vond geen aanwijzingen dat de psychiater zijn onderzoek onzorgvuldig had uitgevoerd en achtte de medische gegevens van de bezwaarverzekeringsartsen overtuigend. De visie van de behandelend psychiater werd niet gevolgd omdat deze niet was onderbouwd met concrete onderzoeksbevindingen. De Raad zag geen reden voor nader onderzoek en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd vanwege onvoldoende medewerking en een voldoende medische onderbouwing.