ECLI:NL:CRVB:2012:BW6873
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- B.M. van Dun
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid ondanks psychische klachten
Appellant ontving tot 3 juli 2007 een WAO-uitkering en meldde zich op 20 maart 2009 ziek wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV kende hem ziekengeld toe, maar beëindigde dit per 25 mei 2009 omdat hij niet langer arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door het UWV en de rechtbank Utrecht.
In hoger beroep stelde appellant dat hij vanwege psychische klachten niet kon werken en overhandigde rapportages van zijn behandelend psychiater en psycholoog. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze rapportages geen aanleiding geven tot een ander oordeel dan dat van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts, die geen ernstig psychiatrisch ziektebeeld met psychotische kenmerken vaststelden.
De Raad vond dat de medische rapportages onvoldoende objectief bewijs bevatten en dat er geen noodzaak was voor nader onderzoek. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellant wordt beëindigd omdat hij niet arbeidsongeschikt is bevonden.