ECLI:NL:CRVB:2010:BN5043
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling zorgbehoefte en toekenning persoonsgebonden budget huishoudelijke verzorging
Betrokkene, een alleenstaande met diverse beperkingen, ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor huishoudelijke verzorging op basis van een indicatie volgens het Protocol Indicatiestelling. Na bezwaar tegen het besluit van 9 december 2008 verklaarde de voorzieningenrechter het beroep gegrond wegens onvoldoende motivering van de zorgbehoefte.
Het College stelde in hoger beroep dat het besluit wel zorgvuldig was voorbereid en dat de indicatie gebaseerd was op een gespecificeerde analyse van de zorgbehoefte, inclusief persoonlijke omstandigheden van betrokkene. De Raad oordeelde dat de brief van 20 mei 2009 een nadere motivering was zonder zelfstandig rechtsgevolg, maar wel betrokken kon worden bij de beoordeling.
De Raad stelde vast dat het College het Protocol correct toepaste en dat de indicatie voldoende was gemotiveerd op basis van het advies van het CIZ. Betrokkene kon niet aannemelijk maken dat haar beperkingen en zorgbehoefte waren onderschat. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat betrokkene recht heeft op een pgb voor 6 uur per week tegen het vastgestelde uurtarief voor de periode van 1 januari 2008 tot en met 20 december 2009.
Daarnaast veroordeelde de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit van 9 december 2008 wordt vernietigd en betrokkene krijgt recht op een pgb van 6 uur per week huishoudelijke verzorging.