ECLI:NL:CRVB:2010:BN5048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep bestuursorgaan en proceskostenveroordeling
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in bij brief van 7 juli 2010. Betrokkene verzocht de Raad om appellant te veroordelen in de proceskosten die betrokkene in verband met het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
De Raad stelde vast dat de rechtbank reeds over de proceskosten in eerste aanleg had beslist en dat thans alleen de kosten van het hoger beroep aan de orde waren. Op grond van artikel 21a van de Beroepswet en artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad veroordeelde appellant tot betaling van een bedrag van € 664,90, bestaande uit € 20,90 aan reiskosten en € 644,- voor verleende rechtsbijstand. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten met toestemming van partijen. De uitspraak werd gedaan op 25 augustus 2010 door B.M. van Dun in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven.
Uitkomst: Het bestuursorgaan wordt veroordeeld tot betaling van € 664,90 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep.