ECLI:NL:CRVB:2010:BN5498
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van het UWV om hem een WIA-uitkering toe te kennen, omdat zijn arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 35% bedraagt per 6 augustus 2008.
De rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat het onderzoek naar de beperkingen van appellant zorgvuldig en juist is uitgevoerd door de (bezwaar)verzekeringsartsen, en dat er geen aanwijzingen zijn dat deze artsen niet onafhankelijk of integer zijn.
Appellant voerde aan dat zijn inkomen onder het sociaal minimum ligt, dat zijn beperkingen zijn toegenomen en dat leeftijd en recessie meegenomen moeten worden in de beoordeling. De Raad stelt echter dat deze factoren niet relevant zijn bij een WIA-beoordeling en dat het radiologisch onderzoek uit 2010 geen invloed kan hebben op de beoordeling van de situatie in 2008.
De Raad concludeert dat de arbeidskundige schatting juist is en dat de belasting van de functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijdt. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.