ECLI:NL:CRVB:2010:BN5500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien en uiteindelijk in te trekken vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek en de vastgestelde functionele mogelijkhedenlijst (FML) een juist beeld geven van haar beperkingen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, met name over vermoeidheidsklachten en de interpretatie daarvan in de FML. De Raad onderschreef echter de rechtbank in haar oordeel dat de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en juist was uitgevoerd. De Raad wees erop dat recente medische stukken niet aantonen dat appellante op de datum in geding ernstiger beperkt was dan aangenomen.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak bevestigd moet worden en dat het hoger beroep geen doel treft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.