ECLI:NL:CRVB:2010:BN5658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- M.C. Bruning
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende feitelijke grondslag voor eervol ontslag raadsgriffier wegens vertrouwensbreuk
Betrokkene was vanaf 1 november 2002 raadsgriffier bij een gemeente en viel in juli 2004 uit wegens ziekte. Na een re-integratieperiode en herstelverklaring verleende appellant hem op 25 januari 2007 eervol ontslag wegens een vermeende vertrouwensbreuk, gebaseerd op kritiek op zijn functioneren. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende feitelijke grondslag en herroepte het primaire besluit.
Appellant stelde in hoger beroep dat er wel degelijk voldoende objectieve aanwijzingen waren voor het gebrek aan vertrouwen en dat de rechtbank een onjuiste toetsingsmaatstaf had gehanteerd. Betrokkene voerde verweer en benadrukte dat hij volledig arbeidsgeschikt was verklaard en dat de kritiek onvoldoende concreet was onderbouwd.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de feitelijke onderbouwing ontbrak en dat het functioneren van betrokkene vóór zijn ziekte-uitval geen grond bood voor een vertrouwensbreuk. Ook het draagvlakonderzoek ter ondersteuning van het tweede ontslag was onvoldoende concreet en schond het verdedigingsrecht van betrokkene. De Raad vernietigde daarom ook het tweede ontslagbesluit en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het ontslag van de raadsgriffier wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing en bevestigt het oordeel van de rechtbank.